dec 25

Preek van de Week – Kerstdienst 25 december

Jongens en meisjes, gemeente van onze Heer,

Vroeger was de wereld anders. Als jullie, jongens en meisjes, vandaag bij opa en oma op bezoek gaan of ze bij jullie komen en de gesprekken gaan over dingen die jullie niet interesseren, kan je altijd naar vroeger vragen. Er was bijvoorbeeld een tijd dat er nog geen mobieltjes waren. Even voor jezelf een filmpje kijken, kon toen nog niet. In de tijd van jullie ouders was er wel televisie, maar om naar een film te kunnen kijken was je afhankelijk of die film op dat moment voor de televisie werd uitgezonden of je moest een film eerst huren op een videocassette of een DVD bij een videotheek. Op de eerste mobieltjes die jullie ouders kregen, kon je geen filmpje kijken. Je kon ermee bellen, een sms’je sturen en er een eenvoudig spelletje op spelen. Daarmee hielden de mogelijkheden wel  op. Toen jullie opa’s en oma’s jong waren, waren er helemaal nog geen mobiele telefoons. Een paar mensen in Nederland hadden autotelefoon. Die waren zo groot dat daarmee de hele achterbak van de auto gevuld was. Vroeger was de wereld anders. Opa’s en oma’s kunnen daar veel over vertellen. En het zijn vaak leuke verhalen. Er was een tijd zonder Internet, zonder computers, zelfs zonder telefoons.

Het is vandaag kerst. Het is het feest van de geboorte van Jezus. De afgelopen zondagen hebben we verhalen gelezen uit een boek dat geschreven is door een zekere Lucas. Lucas was in zijn tijd op zoek naar verhalen hoe het vroeger was. En hij vroeg alle opa’s en oma’s die hij kende om te vertellen over vroeger. Hij vroeg niet naar hoe het was toen er nog geen mobieltjes waren. Hij vroeg hoe het was toen er nog geen kerk was. In de kerk gaat het vaak over Jezus. Was er ook een tijd dat Jezus nog niet geboren was? Hadden mensen toen geen kerk nodig?

Er waren verschillende opa’s en oma’s die daar wel over aan Lucas konden vertellen. Vroeger zag de wereld er anders uit, zo begonnen ze vaak hun verhaal. Er was nog geen kerk waar alle mensen naar toe konden gaan die over God wilden horen. Er was wel een soort kerk, die heette een synagoge, maar daar mocht je eigenlijk alleen heen als je bij een heel bepaalde groep hoorde. De synagoge was eigenlijk alleen voor de Joden. Mensen zoals wij hadden daar niets te zoeken. In die tijd hoorden we eigenlijk nooit over God. Er waren wel verhalen over allerlei goden. Maar die waren heel anders. Bij die goden ging het nooit om vergeving, om elkaar te helpen als het nodig is, om het geloof dat alle mensen op dezelfde wijze kinderen van God zijn. Pas in de kerk leerden we dat we een soort familie van elkaar waren. Dat wij, omdat we een gezamenlijke Vader hebben, eigenlijk broers en zussen van elkaar zijn.

Lucas belangstelling was gewekt. Wat was dat dan voor een wereld? En waar kwam Jezus dan vandaan die er dan toch op een of andere manier voor gezorgd had dat er een kerk kwam? De opa’s en oma’s die Lucas sprak vonden het moeilijk om dat precies uit te leggen. Er was vroeger een synagoge maar daar kwamen we nooit. Want die synagoge was van de Joden. Die Joden hadden het wel over God. Maar op zo’n manier dat wij er niet bijhoorden. Jezus was ook zo’n Jood. Hij was zelfs een hele bijzondere Jood. Want een verre voorvader van hem, een zekere David, was zelfs koning van Israël geweest. En hoewel dat heel lang geleden was, herkende iedereen die Jezus goed kende in Hem dingen van die koning David. Voor Jezus was het heel belangrijk dat je God niet alleen voor jezelf moest houden. Als God voor jou wil zorgen, wil Hij ook zorgen voor alle mensen om je heen. Zo komt er vrede bij mensen. Die boodschap van Jezus sprak steeds meer mensen aan. Eerst waren dat vooral nog Joden, maar die gingen er ook met hun niet Joodse buren over spreken. En zo kwamen er overal kerken. Want steeds meer mensen geloofden in het verhaal van Jezus. God wil dat alle mensen op deze wereld gelukkig worden.

Lucas was nog steeds niet helemaal tevreden.Waar kwam die Jezus dan precies vandaan? Hoe kwam het dat zoveel mensen hem verbonden met die koning David? De oude mensen aan wie Lucas het vroeg, wezen naar een oud boek, het zogenaamde Oude Testament. In dat boek ging het onder andere over die koning David. Als je het precies wilt weten, Lucas, moet je dat boek maar eens lezen. Daarin staat precies waar David vandaan kwam en waaraan, als er nog eens een bijzondere zoon van David zou komen, mensen hem als zodanig zouden kunnen herkennen. Nieuwsgierig als Lucas was, ging hij het uitzoeken.

Zo ontdekte Lucas dat David uit Betlehem kwam. En dat hij voordat hij koning werd, een schaapherder was geweest. Betlehem was een klein plaatsje.  Maar juist in het Oude Testament was het een symbool voor het kleine waar je niet op moet neerkijken. Om de een of andere reden was dit voor Lucas heel belangrijk. Iedereen, alles, telt mee. Een rijke is niet meer dan een arme. De arme is net zo goed kind van God als de rijke. Zo kwam Lucas door te vragen en te lezen op het spoor van het verhaal van Jezus’ geboorte in Betlehem.

Een beetje toevallig waren de ouders van Jezus in Betlehem gekomen. Het had te maken met grote mensen dingen. Een keizer in Rome zou iets hebben bevolen. Maar hoe dat precies zat, ontdekte Lucas niet. Maar dat was ook minder belangrijk. Kern was dat de ouders van Jezus in Betlehem waren toen Jezus geboren werd. De verwantschap met David bleek al uit de plek waar Jezus geboren werd. Een stal of zoiets. Er was in ieder geval een voederbak. Waarschijnlijk voor de schapen. Voor Lucas maakte deze plaats de betekenis van Jezus helemaal duidelijk. De verbinding met de schapen herinnerde aan David. Jezus was de grote zoon van David. Maar het wees ook op het leven dat Jezus zou gaan leiden. Had de grote profeet Jesaja niet gezegd dat de beloofde als een lam ter slachting zou worden geleid? Werd hier niet al duidelijk hoe Jezus de mensen zou helpen? Namelijk door rechtvaardig tot het eind te zijn, zelfs als het je leven kost? Maar er was nog iets dat voor Lucas belangrijk was. Die voederbak stond ook voor armoede. En ook dat zou Jezus later laten zien. In Gods nieuwe wereld telt niet alleen de rijke mee, maar ook degene die niets heeft om mee te pronken.

Vroeger was de wereld anders. Maar met de geboorte van Jezus Christus schijnt er licht voor iedereen in de wereld. God geeft om mensen. Hij maakt geen onderscheid. Met kerst is Gods toekomst begonnen. Ik wens u een zalig kerstfeest.

Amen.