dec 20

liturgisch bloemstuk derde Adventszondag

Uitleg liturgisch bloemstuk derde Adventszondag

Jesaja 35: 1 – 10

De steppe zal bloeien.

Jesaja ziet in een visioen riet langs de weg door de woestijn

In anders zo dorstige grond. Is dat geen profetische gein?

Een lelie, die daar tussen de harde stenen staat te groeien?

 

In de woestijn is kabbelend water te horen.

Dat is het volk Israël niet gewend in hun ballingenbestaan.

Ja, Jesaja blijft roepen dat het steeds beter zal gaan.

Lelies in de woestijn, zoiets zegt de profeet niet tegen  dovemansoren.

 

Narcissen, lelieachtigen die wortels hebben geschoten

waar eerder jakhalzen lopen!

Ze weerspiegelen de reinheid van ’t Kerstkind op wie we steeds  vuriger hopen.

Hij is aan de stronk van Isaï ontsproten.

 

Het bestaat, de woestijn als een ruimte waar de mens de Eeuwige ervaart,

omdat God zijn volk daar zijn gunst bewees.

Geen honger, geen dorst, wel riet en wel biezen, dat is wat ‘k  in Jesaja lees.

Jesaja weet dat het Kerstkind ons ook daar in zijn handen bewaart.