dec 15

Kerst in kunsthistorisch perspectief

Volkstelling te Bethlehem,
bij Pieter Bruegel

Dit lijkt een gezellig wintertafereel te zijn in een doorsnee Vlaams dorp. In veel van zijn schilderijen zet Pieter Bruegel de Oude de beschouwer op het verkeerde been. Dat is ook het geval met De volkstelling te Bethlehem, een paneel dat vermoedelijk afgewerkt werd in 1566, het jaar van de grote hongersnood en de Beeldenstorm. Ja, wat zou dit anders kunnen zijn dan een Vlaams dorp midden in de winter, met de typische zadeldaken en de herberg waar aan de voorgevel een bierkan naast de deur hangt? Pas bij nader inzien blijkt het hier om Bethlehem te gaan, waar het Bijbelse verhaal van de volkstelling wordt uitgebeeld. De herberg, ook te herkennen aan de groene krans die uithangt en die in de zestiende eeuw het voornaamste kenteken was voor plaatsen waar kon overnacht en gegeten worden, is nu een kantoor van de burgerlijke stand geworden. De mensen verdringen zich aan de  loketten om zich te laten inschrijven en om hun belastingen te betalen. De man met het lichte hoofddeksel incasseert het geld, terwijl zijn collega rechts van hem de inschrijving registreert.
Centraal vooraan maar niet opvallend in de gezellige mengelmoes van mensen en activiteiten zien we een in een blauwe mantel geklede vrouw op een ezel, daarnaast een os en voorin een man die een zaag draagt en een mand met nog ander gereedschap dat hij nodig heeft voor zijn beroep van timmerman. Jozef en de hoogzwangere Maria hebben een verre reis achter de rug, vanuit hun woonplaats Nazareth tot in Bethlehem. De reden voor de reis kunnen we lezen in het Evangelie volgens Lucas 2, 1-7.
Van de vier evangelisten was Lucas degene die het meest vertelde over de geboorte van Christus in Bethlehem. Hij vermeldde o.a. het besluit van keizer Augustus om een volkstelling te houden. Hij wilde weten hoeveel onderdanen hij had in elke streek, en vooral ook van waar ze oorspronkelijk afkomstig waren. Iedereen moest ook belastingen betalen. Door deze volkstelling zou Jezus niet geboren worden in Nazareth, waar Jozef en Maria woonden, maar in Bethlehem, de ‘stad van David’. Want Jozef was, om het met de woorden van Lucas te zeggen; ‘van het huis en het geslacht van David’, en Bethlehem was ‘de stad Davids’. Door deze bijzondere omstandigheden werd de aloude voorspelling van de profeet Micha waargemaakt. 750 jaar voor de geboorte van Christus luidde zijn profetie: ‘En gij, Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Hij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël.’ (Micha 5:1).
Dit olieverfschilderij op paneel is zwanger van symboliek. Beginnen we bij de os en de ezel. Hier vinden we steun bij de profeet Jesaja, die in de aanhef van zijn profetieën over Judea en Jeruzalem de rol van beide dieren voorspelde: ‘Een os kent zijn meester, een ezel de kribbe van zijn heer; maar Israël kent zoiets niet, mijn volk begrijpt het niet eens.’ Mogelijk staat de os van Pieter Bruegel hier voor het Jodendom, gebonden aan de wetten van het Oude Verbond, en de ezel voor de heidenen die gebukt gaan onder de afwezigheid van kennis over het goddelijk heil. De ezel heeft flink zijn best gedaan, hij heeft de hoogzwangere Maria al van Nazareth naar Bethlehem gebracht en hij zal later nog goede diensten bewijzen tijdens de vlucht naar Egypte. De os zal worden verkocht om de belastingen te kunnen betalen en in de hoge reiskosten te voorzien. De os en de ezel komen in geen enkel evangelie voor…..