dec 22

Kerst in kunsthistorisch perspectief

Beste mensen,

Bij deze de laatste van vier bijdrage van “Kerst in kunsthistorisch perspectief”. Dat hadden ook mooie schilderijen ter bespreking op een gemeente avond geweest, maar dit zit er voorlopig niet in.

Hartelijke groet van Rianne Noordzij

Er is een kind geboren 
Het kerstverhaal in kunsthistorisch perspectief

Kerstmis herinnert ons aan de geboortedag van Jezus. Het woord kerstmis is een samenvoeging van twee woorden: kerst en mis. Kerst is een woord dat waarschijnlijk uit het Vlaams is ontstaan uit Christus. Zo betekent kerstenen: christelijk maken. Kerstmis is dus eigenlijk Christusmis, waarin de geboorte van Christus wordt gevierd. Christus is niet de naam van het kindje, maar een titel. Christos, (Grieks) is de vertaling van het Aramese woord Messias dat “de gezalfde” betekent. Koningen en priesters werden bij hun wijding overgoten met zalfolie. Eeuwenlang hebben de profeten gesproken over de komst van de Messias die vrede, recht en gerechtigheid zou brengen. Toen Jezus werd geboren werd deze belofte ingelost. Hij was de nieuwe koning, de gezalfde. In de bijbel lezen we in het evangelie volgens Lucas en Mattheüs het meest uitgebreid over alles wat zich rond de geboorte van Jezus afspeelde. ( Matt. 1 en 2 en Lucas 1, 26-2,52) In de loop van de eeuwen kwamen er veel verhalen en details bij.
Zo zijn er apocriefe boeken, maar ook volksverhalen, u kent ze wel: de één doet nog een schepje bovenop het verhaal van de ander. De Voragine verzamelde deze verhalen en de kunstenaars lieten zich door deze verhalen inspireren. De meeste mensen konden in de Middeleeuwen niet lezen en zij ‘lazen’ de schilderijen. Zo zijn de verhalen over de herberg, de os en de ezel in onze kerstverhalen terecht gekomen.
Wij bekijken de komende advent enkele van deze schilderijen, het kerstverhaal in kunsthistorisch perspectief.
Achter deze oude verhalen en illustraties ligt de geboorte van een bijzonder kind dat nieuw licht werpt op de alledaagse gebeurtenissen.

Vrede zij u uit vrede, liefde uit liefde.

Deze wens schrijft Jacobus aan zijn zoon Kerinthos in het apocriefe boek Jacobus. Apocrief betekent “verborgen, geheim”. Apocriefe boeken zijn niet opgenomen in het Nieuwe Testament want zij werden niet tot de canon, de erkende lijst van heilige Geschriften gerekend. Ze lijken wel op de boeken van het NT en de oudste apocriefe evangeliën stellen zich voor als werken van één van de leerlingen van Jezus. Ze horen thuis in de tweede eeuw, de “na-apostolische” tijd. De mensen in die tijd vonden de kerstverhalen te sober en te weinig concreet. Ze vroegen zich af: Waar komt Maria vandaan? Hoe zag de plek waar Jezus geboren werd er uit? Hoe ging het met de bevalling? Had Maria hulp? De gedetailleerde vertellingen werden te vuur en te zwaard bestreden door de kerk en niet opgenomen in de canon. In de Middeleeuwen werden illustraties geschilderd bij de verhalen van o.a. het apocriefe boek Jacobus. Zo zien we de os en de ezel vaak afgebeeld in de stal bij de voederbak waar Jezus in lag, terwijl noch Mattheüs noch Lucas daarover schrijft.
Door de eeuwen heen zijn de verhalen uitgebreid weergegeven. In deze geschriften vinden we ontroerende verhalen. In het begin van de 13e eeuw ontstonden De Legenda Aurea, de gouden legenden, van Jacobus de Voragine, predikant en leraar in Genua. De Voragine verzamelde vele volksverhalen en vertaalde deze voor het volk in eenvoudige en leesbare schrijfstijl. Ook deze verhalen zijn van invloed op de beeldende kunst.

Maria, afbeelding 1

Het verhaal van Jezus is onverbrekelijk verbonden met dat van Maria. Vaak zien wij Maria in vertedering en liefde met op haar schoot een lief klein kindje.  Pas in 431 werd Maria officieel erkend als de moeder van God.  Daarna gaat het snel met de verering van Maria. Op allerlei afbeeldingen komen wij Maria tegen. Uit de bijbel weten wij nagenoeg niets over Maria, waar zij vandaan kwam en wie haar ouders waren. In het proto evangelie (eerste evangelie) van Jacobus wordt de geschiedenis van Maria uitgebreid beschreven.
Volgens dit proto-evangelie waren Anna en Joachim al heel oud en was hun huwelijk kinderloos gebleven. Dit was een schande in die tijd. Toen Joachim naar de tempel ging om een offer te brengen werd zijn offer geweigerd. Joachim voelde zich vernederd en vol schuldgevoel richting Anna vluchtte hij de woestijn in. Anna wist niet waar haar man was en klaagde tot God dat zij nu niemand meer had, geen kind en ook geen man. Toen kwam een engel zeggen: “Anna, de Heer heeft jou gehoord en je bent in verwachting”. Een wonderbaarlijke zwangerschap! Anna beloofde haar kind aan God te wijden. Joachim werd op hetzelfde moment in de woestijn op de hoogte gesteld van de zwangerschap van zijn vrouw en keerde terug naar huis.
In de Legenda Aurea staat een iets andere versie van dit verhaal. Anna en Joachim kregen beiden de belofte dat Anna in verwachting zou raken. Pas op het moment van de omhelzing bij de Gouden Poort ontving ze het kind en werd ze dus zwanger.
We zien op het schilderij hoe Joachim en Anna elkaar op ‘bevel van de engel’, zoals de Voragine schrijft, tegemoet lopen. Twee dolgelukkige oude mensen begroeten elkaar met een tedere kus bij de (Gouden) Poort in Jeruzalem. Giotto plaatst deze romantische scene van Joachim en Anna op de brug. In hun gezichten kun je zien dat ze het weten van elkaar. Met deze kus verwelkomt Joachim zijn onverwekte dochter Maria als zijn eigen kind. Peter Sloterdijk heeft hierover een mooi stuk proza geschreven in zijn boek Sferen: ‘het is een kus die in vaderlijke berusting de verwekking door een begroeting vervangt’. Achter de twee hoofden zien we een gouden aureool waardoor Joachim en Anna met elkaar verbonden zijn. Het gezicht van Joachim schuift iets voor dat van Anna en als je goed kijkt zie je een derde gezicht ontstaan ( Maria? Hun toekomstige kleinkind?)
Anna kreeg een dochter en noemde haar Maria. Toen Maria zes maanden oud was, maakte Anna thuis een heiligdom opdat het kind op geen enkele manier bezoedeld zou worden. Joachim gaf voor heel het volk een groot feest toen Maria een jaar oud was. Op haar derde jaar werd Maria, net zoals de profeet Samuel, naar de tempel gebracht en zonder om te kijken ging zij de treden van het tempelaltaar op, waar zij de rest van haar jeugd doorbracht. Toen zij 12 jaar werd en ongesteld zou worden moest zij de tempel uit – want stel je voor dat iemand met bloed ‘onrein’ zich in de tempel bevond. Er werd een huwbare man voor Maria gezocht, een oudere weduwnaar Jozef, die al kinderen had, waaronder Jacobus. ( Die alles heeft meegemaakt en opgeschreven in Jeruzalem, hfdstk 24)

Annunciatie, afbeelding  Botticelli, Annunciatie
In de maanden na de verloving van Jozef en Maria gebeurde er iets bijzonders. Mattheüs 1, 18 beschrijft dit beknopt. Meer uitgebreid wordt dit beschreven in Lucas 1, 26-38. De scene van de aankondiging of Annunciatie is in de kunstgeschiedenis talloze malen beschilderd. Iemand die dit op fraaie wijze heeft weergegeven is Sandro Botticelli, gezien in Uffizi, Florence. We zien een geschrokken en verraste Maria met de engel in de kamer. Door de open deur zien we een Italiaans landschap met heuvels en cipressen. De engel is net aangekomen. Het is alsof zijn gewaad nog beweegt terwijl hij knielt en zijn hand naar Maria uitsteekt. Maria op haar beurt draait haar lichaam in een wonderlijk draaiende houding naar de engel toe. Ook zij steekt haar hand uit, ook al lijkt het een afwijzend gebaar omdat zij schrikt, het is als een begroeting. Die twee handen vormen het eigenlijke middelpunt van het schilderij. Je zou denken dat die twee handen elkaar gaan aanraken, maar dat doen ze niet – Maria is emotioneel diep geraakt. Er is iets mysterieus tussen die handen.
Engelen komen in de bijbel wel meer dan 300 keer voor: van de hof van Eden tot in de hof van Pasen, van Genesis tot in Openbaring. Een engel is een boodschapper van God, die een goede boodschap komt brengen. Het woord engel komt ook uit het Griekse woord  ‘eu aggelion’, dat ‘goede boodschap’ of ‘evangelie’ betekent. “Gabriël” heet de engel die bij Maria komt en die naam betekent: “mijn kracht is God”. Hij is, zoals je hem vanuit het Jiddisch noemen mag “Gods Gabber”.
“Mijn kracht is God” komt vertellen wat God in mensen verwekken kan aan verwachting, aan hoop, aan geloof, aan goede moed, aan troost, aan barmhartigheid, aan wat in mensenharten gloeien en groeien kan. Eén mens maakt het verschil, één komt van een andere orde, vanuit een andere dimensie die wij niet kunnen aanschouwen. Het is de Allerhoogste die in ons mensen een woning maken wil. En Maria zegt: “De Heer wil ik dienen: laat mij gebeuren wat u hebt gezegd.”  ( Lucas 1 vers 38)

Volkstelling te Bethlehem,
bij Pieter Bruegel, De volkstelling te Bethlehem.

Dit lijkt een gezellig wintertafereel te zijn in een doorsnee Vlaams dorp. In veel van zijn schilderijen zet Pieter Bruegel de Oude de beschouwer op het verkeerde been. Dat is ook het geval met De volkstelling te Bethlehem, een paneel dat vermoedelijk afgewerkt werd in 1566, het jaar van de grote hongersnood en de Beeldenstorm. Ja, wat zou dit anders kunnen zijn dan een Vlaams dorp midden in de winter, met de typische zadeldaken en de herberg waar aan de voorgevel een bierkan naast de deur hangt? Pas bij nader inzien blijkt het hier om Bethlehem te gaan, waar het Bijbelse verhaal van de volkstelling wordt uitgebeeld. De herberg, ook te herkennen aan de groene krans die uithangt en die in de zestiende eeuw het voornaamste kenteken was voor plaatsen waar kon overnacht en gegeten worden, is nu een kantoor van de burgerlijke stand geworden. De mensen verdringen zich aan de  loketten om zich te laten inschrijven en om hun belastingen te betalen. De man met het lichte hoofddeksel incasseert het geld, terwijl zijn collega rechts van hem de inschrijving registreert.
Centraal vooraan maar niet opvallend in de gezellige mengelmoes van mensen en activiteiten zien we een in een blauwe mantel geklede vrouw op een ezel, daarnaast een os en voorin een man die een zaag draagt en een mand met nog ander gereedschap dat hij nodig heeft voor zijn beroep van timmerman. Jozef en de hoogzwangere Maria hebben een verre reis achter de rug, vanuit hun woonplaats Nazareth tot in Bethlehem. De reden voor de reis kunnen we lezen in het Evangelie volgens Lucas 2, 1-7.
Van de vier evangelisten was Lucas degene die het meest vertelde over de geboorte van Christus in Bethlehem. Hij vermeldde o.a. het besluit van keizer Augustus om een volkstelling te houden. Hij wilde weten hoeveel onderdanen hij had in elke streek, en vooral ook van waar ze oorspronkelijk afkomstig waren. Iedereen moest ook belastingen betalen. Door deze volkstelling zou Jezus niet geboren worden in Nazareth, waar Jozef en Maria woonden, maar in Bethlehem, de ‘stad van David’. Want Jozef was, om het met de woorden van Lucas te zeggen; ‘van het huis en het geslacht van David’, en Bethlehem was ‘de stad Davids’. Door deze bijzondere omstandigheden werd de aloude voorspelling van de profeet Micha waargemaakt. 750 jaar voor de geboorte van Christus luidde zijn profetie: ‘En gij, Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Hij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël.’ (Micha 5:1).
Dit olieverfschilderij op paneel is zwanger van symboliek. Beginnen we bij de os en de ezel. Hier vinden we steun bij de profeet Jesaja, die in de aanhef van zijn profetieën over Judea en Jeruzalem de rol van beide dieren voorspelde: ‘Een os kent zijn meester, een ezel de kribbe van zijn heer; maar Israël kent zoiets niet, mijn volk begrijpt het niet eens.’ Mogelijk staat de os van Pieter Bruegel hier voor het Jodendom, gebonden aan de wetten van het Oude Verbond, en de ezel voor de heidenen die gebukt gaan onder de afwezigheid van kennis over het goddelijk heil. De ezel heeft flink zijn best gedaan, hij heeft de hoogzwangere Maria al van Nazareth naar Bethlehem gebracht en hij zal later nog goede diensten bewijzen tijdens de vlucht naar Egypte. De os zal worden verkocht om de belastingen te kunnen betalen en in de hoge reiskosten te voorzien. De os en de ezel komen in geen enkel evangelie voor…..

Geboorte bij nacht, bij: Geertgen tot St. Jans

Geboorte bij nacht Laat 15e eeuw, National Gallery, Londen

Wanneer Jozef en Maria in Bethelehem aankomen is de stad vol van mensen die van heinde en ver gekomen zijn om zich te laten registreren. Dat Jozef gebedeld heeft om onderdak en een onherbergzame herbergier hen de deur wees is een aangrijpend maar apocrief verhaal. Een herberg was geen B&B zoals wij dat kennen, maar een zuilengalerij waar de kamelen en ezels stonden en de handelaren sliepen. Inderdaad geen plaats voor een hoogzwangere vrouw. Uit de bijbel komen we maar weinig te weten over de omstandigheden waaronder Jezus geboren werd. Lucas besteedt er maar twee verzen aan: Luc. 2 vers 6 en 7.
De heilige Brigitta heeft de geboorte van Jezus meegemaakt in haar visioenen. De visioenen van Brigitta worden vanaf de 15e eeuw gedrukt en waren van invloed op de kunst. Sinds het visioen van Brigitta van Zweden werd vooral het bovennatuurlijke aspect benadrukt: hier komt de Zoon van God ter wereld. Vanaf nu zie je Maria en Jozef op schilderijen in aanbidding geknield bij het kind zitten.
Het gewone volk kon niet lezen en men ‘las’ de kerstverhalen van de schilderijen.
Geertgen tot St. Jans heeft laat in de 15e eeuw een wonderschoon paneeltje geschilderd van de geboorte bij nacht; groots in zijn eenvoud en waarin duidelijk de visioenen van Brigitta doorschijnen. Het is een donkere voorstelling met in het midden een klein kindje dat zo’n prachtig gouden licht uitstraalt dat het donker er van oplost. We zien een jonge Maria stil en ernstig naar haar zoon kijken. Haar gezicht, haar handen en de witte doek om haar hoofd lichten op door Zijn licht. Net als de engelen die aan het hoofdeinde van de voederbak staan. Achter de voederbak is nog een grote warme kop van een os te zien die in eerbied naar het wonder kijkt. Daarnaast is nog een vage ezelskop waar te nemen. Achter in het schilderij, zien we een heuvel met een kampvuurtje waar herders zitten. Het licht van de engel die de goede boodschap komt brengen is sterk. Al die andere lichtbronnen zijn vergeleken met het licht wat uit het kind komt zwak. Dunne gouden lichtstraaltjes zijn zorgvuldig geschilderd vanaf het kleine blote lijfje in de voederbak. Rechts zien we Jozef met de hand voor de borst. Jozef schermt het licht af dat hij is gaan halen (visioen van Brigitta) vanwege het veel stralender goddelijke licht.
Er waren natuurlijk nog veel meer beschrijvingen en afbeeldingen, daar is een dik boek van te maken.

De herders, bij: Aankondiging van Jezus’ geboorte aan de herders

Govert Flinck, 1639, olie op canvas, Louvre, Parijs

Een geboorte was een vreugdevolle gebeurtenis. In Palestina was het de gewoonte dat familie en vrienden op kraambezoek gingen. Jozef en Maria waren ver weg van hun woonomgeving. De enige die op kraamvisite kwamen waren de herders en de wijzen uit het Oosten. Volgens Luc. 2, 10-14 was het de engel die de eerste kerstpreek hield voor de herders: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen dat grote vreugde betekent voor heel het volk: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft.’
Herders waren nogal ruige lieden en stonden nogal laag op de maatschappelijke ladder. Herders komen in de bijbel heel vaak voor. Oudtestamentische helden zoals Abraham, Isaak, Mozes en David waren allemaal gedurende kortere of langere tijd herder. “Herder” staat voor een bepaald type mens, een oermens, vrij, zelfstandig en verbonden met de natuur. Een symbool van authentieke menselijke waarden. Later zegt Jezus: “Ik ben de goede herder” Hij is bereid zijn leven te geven voor zijn schapen. Het woord pastor is afgeleid van het oorspronkelijke woord “herder”. Symbolisch staan de herders voor de ‘gewone’ mens, tegenover de wijze rijke intelligente elite uit het Oosten die voor Jezus knielen. Herders waren wel de eerste Joden die op kraamvisite kwamen, later de heidenen die er duidelijk ook bij horen en het goede nieuws horen:

Vrede zij u uit vrede,

genade uit genade,

geloof uit geloof,

leven uit het heilig leven.

Compositie: ds. Rianne Noordzij-Hijweege