feb 01

Inspiratie en Bezinning: Verslag van een tweetal leeravonden

Inspiratie en Bezinning: Verslag van een tweetal leeravonden over de Evangeliën

In november vorig jaar werd door de werkgroep Inspiratie en Bezinning, in de Oude Pastorie, een tweetal avonden gehouden over de achtergronden en inhoud van de  Evangeliën (“Blijde Boodschap”) in het Nieuwe Testament. Centraal stond daarbij de vraag : “Wat zeggen de evangeliën over Jezus?” Een onderwerp dat alle gelovigen aangaat. 
De avonden werden ingeleid door Wim de Ruijter en mochten zich in een goede belangstelling verheugen. Waren er op de eerste avond  in de Oude Pastorie 12 belangstellenden aanwezig, op de tweede avond was dit aantal gegroeid tot twintig!

 

Het waren boeiende avonden. De evangeliën volgens Marcus, Mattheus, Lucas en Johannes vertellen hetzelfde verhaal, maar vertonen onderling ook aanzienlijke  verschillen en elke evangelist legt zijn eigen accenten.
Op de eerste avond ging  Wim de Ruijter in op de tijd waarin de evangeliën zijn ontstaan, de achtergronden en de bronnen. Wat vertellen zij over Jezus, wat vinden we in de vroegste bronnen en wat is pas later toegevoegd? De verhalen over Jezus werden in het begin mondeling doorgegeven en pas één of meerdere generaties later schriftelijk vastgelegd.  De oudste bron vinden we bij Paulus,   in de brief aan de Thessalonicenzen, nog ruim voor het ontstaan van het waarschijnlijk oudste evangelie; dat van Marcus. Mattheus en Lucas baseren zich op Marcus , maar ook op een mogelijke tweede schriftelijke bron, de Q bron die echter verloren is gegaan. Ook bewerken zij de tekst van Marcus en voegen zij elk eigen materiaal toe, bijvoorbeeld in de kerstverhalen.  Belangrijk: de verschillen die  kunnen ontstaan door het vertalen (Mattheus schreef in het Grieks, noemt regelmatig dat de schriften in vervulling gingen, maar kende waarschijnlijk alleen de Griekse vertaling van de Hebreeuwse geschriften.) Ook  bij het in latere tijden overschrijven van de manuscripten (soms gedicteerd aan meerdere overschrijvers tegelijk, de boekdrukkunst kwam pas 1500 jaar later!) konden verschillen ontstaan. Wim illustreerde het een en ander door bekende passages, zoals de dood van Johannes de Doper en de verzoeking van Jezus in de woestijn in de versies van de verschillende evangelisten naast elkaar te zetten.

 

Op de tweede avond lag het accent meer op de visie op Jezus die uit elk van de evangeliën spreekt. Bij Marcus is er geen geboorteverhaal en is Jezus in het verhaal van de doop in de Jordaan een mens die door God wordt uitgeroepen zijn bijzondere Zoon te zijn. Door het hele evangelie heen zijn de mensen steeds op zoek naar de vraag: “ Wie is deze Jezus toch?” Bij Mattheus ligt een sterk accent op de vervulling van de Schriften door Jezus en zijn rol als wetgever, terwijl bij Lucas de problematiek van arm en rijk heel belangrijk is. Bij beiden is Jezus een geboren zoon van God. Bij Johannes, het laatst geschreven evangelie, is er geen sprake meer van geboorte maar is Jezus reeds vanaf het begin der tijden aanwezig, God zelf , die op de aarde is nedergedaald.
Aan de hand van het verhaal van de verloochening door Petrus werden nog eens verschillen  tussen de evangelisten toegelicht.

 

Op beide avonden werden door de deelnemers vele vragen gesteld en ontstond een goede discussie. Meerdere deelnemers spraken uit dat zij zich van veel van wat zij gehoord hadden niet zo bewust waren geweest en dat ze deze avonden verrijkend hadden gevonden voor hun geloofsbeleving! 

 Gert Dijkstra
 Koos van Woerden