apr 03

Het woord is aan de dominee

HET WOORD IS AAN DE DOMINEE

Zullen we elkaar herkennen?

Enkele gemeenteleden wezen mij op een artikel in het PCO-blad met de titel : Zal ik na mijn dood mijn man en kinderen weer zien?De schrijver Jan Siebelink hoopt na zijn dood zijn ouders weer te ontmoeten en de politicus Gert-Jan Segers ziet uit naar aanzitten met zijn overleden vader aan de tafel van de Heer. Is dit wensdenken? We moeten oppassen met onze speculaties, want we zien nu nog in raadselen, in een beslagen spiegel. Niemand weet hoe het precies zal zijn. Een middeleeuwse legende vertelt van een monnik die uit de dood terugkeerde op aarde en door zijn broeders geprest werd om iets te vertellen over het leven bij God. Hij bleef lang zwijgen en zei uiteindelijk : totaliter aliter! Totaal anders!

Jezus zegt dat we zullen zijnalsengelen en er zal geen huwelijk meer zijn. In het PCO- blad schrijft ds. J. Suurmond: Ik vermoed dat we in de hemel onze geliefden niet meer zullen zien zoals wij hen kenden, maar zoals God hen ziet. Hij vervolgt: God ziet ons diepste wezen en in het aardse leven zien wij het diepste geheim van een mens meestal niet. Suurmond eindigt met een uitspraak van C.S. Lewis die schreef dat we met ontzag zullen neervallen als we onze dierbaren in hun luister zien.

Het zou kunnen dat we elkaar weer zullen herkennen. Op de berg der verheerlijking (Marcus 9,4) werden Elia en Mozes herkend! Jezus zegt aan het kruis tegen de moordenaar: Heden zult gij met mij in het paradijs zijn. Zij zullen elkaar dus herkennen. Ons aardse bestaan, onze identiteit en onze naam worden niet uitgewist, maar worden vernieuwd en verheerlijkt. De hemel (na de dood met Christuszijn, zegt Paulus, Fil.1,23) kan gezien worden als  een tussenfase. Uiteindelijk zien we uit naar een vernieuwde aarde! Prof. Berkhof schreef dat het eeuwige leven een voltooide medemenselijkheiden volmaakte samenlevingzal zijn. Het gaat niet om een privé-zaligheid van de enkeling. We zullen in een vernieuwde gemeenschap met elkaar omgaan in liefde.

Maar eigenlijk is het spreken van de dogmatici nog maar kinderpraat in vergelijking met de ‘verbeelding’ van het toekomstige leven door musici, schilders en dichters. Zij geven op hun wijze een aanprekend beeld van de eeuwigheid, waardoor wij getroost kunnen worden. Ieder zal zo zijn eigen dromen hebben, maar die kun je niet opleggen aan een ander. In het geliefde lied 416 zingen we: Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaarontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten. Geloof je dat? Het zou geweldig zijn als we elkaar weer herkennen en tegen sommige mensen zeggen we dan: Gek hè, dat we ruzie hebben gehad! Of dat mogelijk is, weet ik niet. Ik kan er alleen maar over stamelen in gebrekkige aardse beelden. Maar als het anders is dan wij verwacht hadden, is het ook goed. Hier wil eveneens eindigen met een uitspraak van C. S. Lewis over de opstanding:

Al onze natuurlijk ervaring in het herrezen leven verdwijnt.

Het verdwijnt niet als een kaarsvlam die uitgeblazen wordt,

maar als een kaarsvlam die onzichtbaar wordt doordat iemand

de gordijnen opendoet en het licht van de volle zon binnenlaat.

 

S.Tj. van der Hauw