nov 01

Het woord is aan de dominee

Wat zegt de Bijbel?

Zeg je tegen iedereen hetzelfde? Over het algemeen is het antwoord nee. Wat je tegen iemand zegt heeft met tal van factoren te maken. Wat is je relatie tot die ander? Bij welke gelegenheid spreek je iemand? En ook niet onbelangrijk: leidt dat wat ik zeg niet tot grote misverstanden? Want wat je zegt moet wel goed begrepen worden. Dat laatste noodzaakt soms tot versimpelingen, het weglaten van details, soms tot het gebruik van beelden of vergelijkingen die natuurlijk altijd hun beperkingen hebben.

Ik kwam tot deze gedachte omdat het zondag 28 oktober Bijbelzondag is. Bij de verschijning van dit blad ligt dat net achter ons, maar dat leek mij geen bezwaar om er hier toch iets over te zeggen. Want zeker in onze protestantse traditie heeft de Bijbel een centrale plaats in het kerkelijk leven. De Bijbel heeft het laatste woord en dat veronderstelt een bepaalde duidelijkheid van de boodschap van de Bijbel.

Er zijn inderdaad christenen die menen dat de Bijbel op elke vraag een pasklaar antwoord geeft. Ik behoor daar niet toe. Mijns inziens kunnen we niet negeren dat de Bijbel zoals wij die kennen een ontstaansgeschiedenis van zo’n duizend jaar heeft. De cultuur van de wereld waarbinnen de Bijbel ontstond was totaal anders dan die van onze westerse wereld nu. Dat zien we bijvoorbeeld terug in de acceptatie van geweld in de Bijbel. Etnische zuiveringen en zelfs genocide, nog afgezien van de vraag in hoeverre dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, lijken soms zelfs een goddelijke opdracht te zijn. Kortom, lang niet alles wat in de Bijbel gelegitimeerd is, verdient navolging. Op een aantal zaken staan in het Nederlandse recht in ieder geval langdurige celstraffen.

Op andere actuele problemen lijkt de Bijbel zelfs geen aanzet tot een antwoord te geven. Als voorbeeld zou ik de huidige milieu problematiek kunnen noemen. Aan de veel geciteerde tekst uit Genesis over de aarde bebouwen en bewaren kan toch moeilijk een conclusie worden verbonden over de door overbevolking veroorzaakte problemen. Juist hier wordt op andere bijbelse gronden door sommige christenen (ook vrijwillige) anticonceptie afgewezen. Kortom, op rond bepaalde cruciale vragen zullen we vooral zelf moeten nadenken.

Volgens mij moeten we bij het lezen van de Bijbel twee zaken goed in de gaten houden. Het eerste zou ik met het evangelie naar Johannes de vleeswording van het Woord willen noemen. De Bijbel is een boek van communicatie. Dat betekent dat het in de Bijbel niet zomaar om tijdloze waarheden gaat, maar dat God hier communiceert binnen de kaders van de Oosterse cultuur van ongeveer twee- tot drieduizend jaar geleden. Van die kaders, bijvoorbeeld de acceptatie van geweld, moeten we soms bewust afstand nemen. De uitdaging is dan om te bedenken wat wij nog voor boodschap binnen onze kaders horen.

Het tweede is dat het schrijven van de Bijbel een project van mensen was. Zeker het Nieuwe Testament presenteert zich voor het grootste deel als een verzameling van gelegenheidsgeschriften. De apostel Paulus reageert in zijn brieven op vragen en situaties die zich op dat moment in gemeentes voordeden. Kenmerkend is dat Paulus zelf discussieert op basis van volgens hem geldende argumenten. De bekende tekst uit 1 Korintiërs dat de vrouw moet zwijgen in de gemeente is daarom niet zomaar gelijk te stellen met een goddelijk gebod. Principieel gaat het hier om menselijk spreken.

Voor mij is de Bijbel een boek dat mij uitdaagt mijn eigen denken en handelen te doordenken in relatie tot God. Voor mij betekent dat niet dat er een één op één relatie is tussen een bijbels voorschrift en wat ik moet geloven of doen. Geloven in Gods trouw vraagt soms om een eigen creatieve invulling.

Wim de Ruyter