feb 01

HET WOORD IS AAN DE DOMINEE

Gouden appelen op zilveren schalen…

In de gemeente kennen we het zogenaamde ‘pastorale gesprek’. Dat gesprek vindt niet alleen plaats tussen ambtsdrager en gemeentelid, maar kan er zijn tussen alle gemeenteleden. We spreken dan van het onderlinge pastoraat. In het Nieuwe Testament komt vele malen het woordelkaarvoor. Bijvoorbeeld : Troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld…geef de moedelozen hoop, kom op voor de zwakken, heb met iedereen geduld (I Tes. 5: 11 e.v.).

In de praktijk kunnen we het dikwijls moeilijk vinden om de juiste toon in een gesprek te vinden. Misschien hebben we spijt van bepaalde woorden die we gezegd hebben of juist van hetgeen dat we niethebben gezegd. Het is belangrijk om steeds weer om wijsheid en liefde te vragen, want woorden doen er toe. We kunnen mensen kwetsen, maar ook opbeuren. Van woorden kun je leven! Ik kan me bepaalde woorden herinneren van lang geleden want ze hebben mij goed gedaan. Een woord van een leraar of een gemeentelid dat mij weer nieuwe moed gaf. Die woorden waren van mensen dieinvoelendwaren en liefdevol. Hoe meer van zulke gesprekken, hoe hechter de band in de gemeente. Hieronder geef ik voorbeelden over hoe het mis kan gaan in een gesprek:

Iemand zegt: Ik zie op tegen de operatie van volgende week.

Mogelijke antwoorden zijn:

(kalmerend):De artsen zijn tegenwoordig zo knap. Of: Mijn tante had ook zo’n operatie en is goed opgeknapt.

(generaliserend):Iedereen is wel eens bang.

(psychologiserend):Ben je altijd al wat angstig geweest?

(beschuldigend):Je zou wat meer vertrouwen (in God) moeten hebben.

Beter is het om in te gaan op wat de ander voelt en iets te zeggen als: Dus je ziet er erg tegenop…

Vervolgens pas je de LSD- methode toe: Luisteren… Samenvatten…Doorvragen…

Maar ook NIVEA : Niet Invullen Voor Een Ander.

Wanneer de ander voelt dat wij hem in liefde willen verstaan, kan hij de moed krijgen om zich verder te openen. In het boek Spreuken ( 25: 11) vond ik een toepasselijke tekst:

Het juiste woord op de juiste tijd

is als een gouden appel op een zilveren schaal.

In de ontmoeting kán het geloof ook expliciet ter sprake komen. Er kan ruimte zijn voor een Bijbelwoord, een gebed of een handoplegging. Maar dat hoeft niet persé. In het gesprek hoeven we niet altijd over de dingen van het geloof te praten, maar wel gelovig over de dingen te spreken. Het gaat om onze houding van luisteren en liefde. Dat is een grote kunst en daarin blijven we levenslang leren. We doen het met vallen en opstaan. Ik wens je veel gouden ontmoetingen!

S.Tj. van der Hauw